De geschiedenis van Landgoed “De Gunne”

De oudste vermelding van de naam “De Gunne”gaat terug tot 1583. Tot wanneer de feitelijke geschiedenis terug gaat is onbekend. De vermelding van één van de op het landgoed gelegen boerderijen gaat terug naar 1397. In deze streek zijn vermoedelijk al in de 10e en 11e eeuw ontginningswerkzaamheden begonnen. Het landgoed is gelegen aan twee zeer oude belangrijke verbindingswegen, welke op dekzandruggen zijn gesitueerd. Het betreffen de Zandsteeg (thans Zuthemerweg) en de ‘groote Route’ (thans Twentseweg). Huize “De Gunne”betreft een zogenaamd ‘spieker’. In het vuurstede-register van 1716 wordt melding gemaakt van ’t Spyker de Gunne. Nadat in 1639 de erfgenamen van Derck van Sonsbeeck hun aandeel in de katerstede “De Gunne” verkocht hadden, komt in 1727 “De Gunne” weer in handen van de familie Van Sonsbeeck. Dr. G.A. van Sonsbeeck, gepromoveerd in de geneeskunde,  medicinae doctor en geneesheer uit Zwolle, was weer de eerste eigenaar in een reeks van vele generaties die volgden. Hoewel in 1722 de spieker “De Gunne” nog uit een eenvoudig erve bestond, is op bewaard gebleven uniek gedetailleerd kaartmateriaal uit omstreeks in 1730 van deze buitenplaats reeds een uitgebreid stelsel van lanen, een grachtenpartij, een tuin in Franse stijl met een geometrische opzet en een rechthoekige plattegrond met rechthoekige perken en rechte paden en grachten en een visvijver zichtbaar. Eén van de verhoogde lanen heeft tijdens de watersnoodramp in 1825 gediend tot waterkering.

In de eerste helft van de 19e eeuw maakte landgoed “De Gunne”onderdeel uit van een uitgestrekt bezit van het geslacht Van Sonsbeeck waar toe ook de aangrenzende landgoederen “Den Alerdinck” en “De Colckhof” behoorden. Het is juist deze periode geweest waaraan de landgoederen hun huidige verschijningsvorm hebben te danken. Een groot gedeelte van landgoed “Den Alerdinck” is door vererving in de vrouwelijke lijn overgegaan in handen van de familie Van Voorst tot Voorst.

In het eerste kwart van de negentiende eeuw heeft huize “De Gunne” haar huidige allure gekregen. De voorgevel is hierbij verplaatst naar de zuidzijde. In een gevelgedenksteen treffen wij de datum 4 februari 1822 aan. Rond dezelfde tijd is er een tuin met park in Engelse landschapsstijl aangelegd. Het ontwerp van het park is van landschapsarchitect G.A. Blom. Ook hier is uniek kaartmateriaal van bewaard gebleven. Naast huize “Almelo” is er verder geen kaartmateriaal van deze Overijsselse landschapsarchitect bekend. In 1828 werd de historische buitenplaats doorsneden door de rijksstraatweg (huidige N35), waarna in de loop der tijd meerdere delen van de historische buitenplaats ten prooi zijn gevallen aan deze weg. In de Staten stukken bevindt zich de op 5 juni 1828 opgestelde memorie van het project van de bestrating van de weg van Zwolle over Heino, Raalte, Wierden, Almelo, Borne naar Hengelo. Een opvallend citaat hieruit is:

..... tot bij het landgoed de Gunne welk landgoed door den straatweg zal moeten worden doorsneden zoodanig dat de minst mogelijke schade worden aangebragt aan den aanleg dezer buitenplaats, deze reghte lijn zoude vervolgens verder raagen op de zandsteeg bij Heino. De landen waardoor den coupure eene aanmerkelijke lengte heeft zoude moeten gaan; zijn grotendeels van geringe waarde en leggen zeer hoog zoo dat de aardebaan den straatweg weinig zouden behoeven te worden opgehoogd. Het enige obstakel dat eenigzins bij dit alignement in de weg komt is het zeer fraaie landgoed de Gunne, het welke niet zal kunnen worden ontweken welke weg men ook zoude kieze. Daar hetzelve zich zeer verre naar beide zijden van den straatweg uitstrekt en dus een grooten omweg zouden moeten worden gemaakt om dit oogmerk te bereiken.

Voor de onteigende grond heeft men een vergoeding van hfl 477,29 ontvangen. De plannen van de Overijsselsche Spoorwegmaatschappij uit 1845 om parallel aan de oostzijde van de N35 een spoorverbinding vanuit Zwolle naar Almelo met een aftakking naar Deventer aan te leggen zijn gelukkig nooit tot uitvoer gebracht.

De buitenplaats is lange tijd het buitenverblijf van deze Zwolse patriciërsfamilie geweest. Vanaf 1870 wordt  het hoofdhuis echter permanent bewoond door de heer H.A.J. van Sonsbeeck en zijn gezin. In de loop der tijd is het landgoed steeds verder uitgegroeid. Naast de landbouw waren de bosbouw en de jacht ook belangrijk voor de familie. In 1861 is de toen nog in het uiterst noordelijke deel van het landgoed gelegen heide ook ontgonnen en bebost. De laatste korhoen is geschoten in het jachtseizoen 1909/1910. Ook zijn er in dat seizoen nog twee dassen geschoten.