Bosbouw
De bossen op het landgoed bestaan uit 31,5 hectare loofbos, en 15,5 hectare naaldbos. Eiken en beuken zijn veel voorkomende soorten in de loofbossen. Verder staan er in veel mindere mate elzen en populieren. In de naadbossen staan voornamelijk fijnsparren, grove den, douglas, japanse larix, sitkaspar, douglas en chamaecyparis.
Het bos is multifunctioneel en wordt gebruikt voor houtproductie, recreatie en natuurontwikkeling (geïntegreerd bosbeheer). In het noordoosten van het landgoed ligt een zogenaamd “rabattenbos”. Dit is een bos waarin in het verleden lijnvormige sloten en verhogingen zijn aangelegd. Deze zijn nog duidelijk herkenbaar, maar de waterstand is verlaagd dat de sloten tussen de rabatten geen waterafvoerende functie meer hebben en deels dichtgeslibd zijn. Het rabattenbos duidt erop dat het er ooit erg nat is geweest. In de jaren dertig van de twintigste eeuw werd hier met netten op vissen gevist. Op een kaart uit 1730, alsook in aantekeningen, treffen we ook een sterrenbos aan. Bij de omvorming naar park in Engelse landschapsstijl (rond 1825) is dit sterrenbos verdwenen.

|